Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister van Asiel en Migratie op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Dit opvolgend beroep volgt op een eerdere uitspraak van 16 april 2025, waarin de minister werd opgedragen binnen twee weken te beslissen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk is, ondanks het ontbreken van een ingebrekestelling, omdat een uitdrukkelijke termijn was gesteld in de eerdere uitspraak. De minister heeft niet binnen de gestelde termijn een besluit genomen, waardoor het beroep gegrond is.
De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn van twee weken op, ingaand na verzending van deze uitspraak, en verbindt daaraan een dwangsom van €250 per dag met een maximum van €37.500, die ingaat nadat een eerder opgelegde dwangsom is verbeurd. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres van €453,50.
De uitspraak benadrukt het belang van een snelle en zorgvuldige besluitvorming en bevestigt dat de minister gehouden is binnen de gestelde termijn te beslissen, onder dreiging van dwangsommen. Eiseres krijgt hiermee haar gelijk en de minister wordt verplicht alsnog binnen twee weken te besluiten.