ECLI:NL:RBDHA:2025:12620
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging, intrekking en terugvordering van bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft het beroep van eiseres tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer tot beëindiging, intrekking en terugvordering van bijstand over de periode 1 mei 2023 tot en met 10 augustus 2023. Verweerder stelde dat eiseres en haar partner een gezamenlijke huishouding voerden, waardoor bijstand onterecht werd verstrekt.
Het onderzoek van verweerder bestond uit dossieronderzoek, 51 waarnemingen, een onaangekondigd huisbezoek en gesprekken met eiseres en haar partner. Tijdens het huisbezoek werden persoonlijke spullen van de partner aangetroffen in de woning van eiseres. Eiseres en haar partner verklaarden dat zij samenwoonden en dat de partner sinds januari 2023 bij haar verbleef.
Eiseres betwistte de onderzoeksresultaten, stelde dat het huisbezoek zonder redelijke grond en zonder geldig informed consent was uitgevoerd en dat haar verklaring onrechtmatig was verkregen. De rechtbank oordeelde echter dat er voldoende concrete feiten en omstandigheden waren die het hoofdverblijf van de partner op het uitkeringsadres aannemelijk maakten. Het huisbezoek vond plaats met informed consent, en het gesprek was geen verhoor in het kader van een punitieve sanctie.
De rechtbank concludeerde dat verweerder de bewijslast had voldaan en dat de beëindiging, intrekking en terugvordering van de bijstand terecht waren. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot beëindiging, intrekking en terugvordering van bijstand is ongegrond verklaard.