ECLI:NL:RBDHA:2025:12256
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering opvang door COa aan asielzoekster met reguliere verblijfsvergunning bevestigd
Eiseres, een asielzoekster met een reguliere verblijfsvergunning, verzocht het COa om opvang voor haar en haar minderjarige kind. Het COa weigerde dit op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers 2005 (Rva 2005), omdat zij niet tot de doelgroep behoort die recht heeft op opvang via het COa. De rechtbank bevestigt dat eiseres met een geldige verblijfsvergunning in beginsel aangewezen is op voorzieningen van de gemeente, zoals onder de Participatiewet.
Eiseres betoogde dat zij wel recht heeft op opvang omdat zij niet over voldoende middelen beschikt en dat het COa had moeten toetsen of er dringende redenen zijn voor opvang. De rechtbank constateert een motiveringsgebrek in het bestreden besluit over de toetsing van dringende redenen, maar acht de nadere mondelinge toelichting van het COa voldoende om dit te herstellen.
Verder oordeelt de rechtbank dat het besluit niet in strijd is met de Opvangrichtlijn, het IVRK, het EVRM of het Handvest van de Grondrechten van de EU. De rechtbank wijst erop dat eiseres haar rechten op voorzieningen moet effectueren via de gemeente. Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar het COa wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van opvang door het COa wordt ongegrond verklaard, maar het COa moet proceskosten betalen.