Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de Minister van Asiel en Migratie,
Samenvatting
.Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Somalische asielzoeker, diende op 29 april 2025 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. De minister wees deze aanvraag op 2 april 2025 af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de gestelde problemen met de terreurgroep Al-Shabaab. De rechtbank oordeelt dat de minister terecht concludeerde dat de verklaringen over ontvoering en mishandeling niet samenhangend en aannemelijk waren, mede vanwege onlogische elementen zoals de eenvoudige ontsnapping en het terugkeren naar het ouderlijk huis.
Daarnaast stelde de minister dat eiser per vliegtuig van Mogadishu naar Bulo Burde kon reizen, maar de rechtbank stelt vast dat deze motivering onvoldoende is onderbouwd. Er is geen bewijs van reguliere passagiersvluchten en de veiligheid van de landroute is niet beoordeeld, wat een motiveringsgebrek oplevert.
De rechtbank wijst ook het beroep af dat het vier-ogenprincipe niet is toegepast, aangezien dit geen schending van zorgvuldigheid oplevert. De medische situatie van eiser is voldoende in acht genomen bij het gehoor. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens worden de proceskosten aan eiser toegekend.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering over de reisroute en onvoldoende beoordeling van de veiligheid, met opdracht tot nieuw besluit.