ECLI:NL:RBDHA:2025:12144

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 juli 2025
Publicatiedatum
9 juli 2025
Zaaknummer
NL24.32059
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • H. Hanssen - Telman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 44, tweede lid, Vreemdelingenwet 2000Art. 8:72, derde lid, aanhef en onder b, Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Correcte vaststelling ingangsdatum verblijfsvergunning asiel na loopbrief

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de ingangsdatum van haar verblijfsvergunning asiel, die door de minister was vastgesteld op 29 oktober 2023. Zij stelde dat de juiste ingangsdatum 21 oktober 2023 is, de datum waarop zij zich meldde bij het aanmeldcentrum in Ter Apel en een loopbrief ontving.

De rechtbank heeft de minister in de gelegenheid gesteld te reageren op een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over de betekenis van de loopbrief voor de ingangsdatum. Na wederzijdse schriftelijke reacties heeft de rechtbank zonder zitting uitspraak gedaan.

De rechtbank oordeelt dat de minister de ingangsdatum onjuist heeft vastgesteld. Op grond van het Unierecht en de uitspraak van de Afdeling volgt dat de asielaanvraag is ontvangen op het moment dat de vreemdeling persoonlijk zijn asielwens kenbaar maakt, hetgeen blijkt uit de loopbrief van 21 oktober 2023.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit voor zover het de ingangsdatum betreft, en stelt de ingangsdatum vast op 21 oktober 2023. Tevens veroordeelt de rechtbank de minister tot betaling van proceskosten van € 907,- aan eiseres.

Uitkomst: De ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel wordt vastgesteld op 21 oktober 2023 in plaats van 29 oktober 2023.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.32059

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam 1] , eiseres,

V-nummer: [V-nummer 1] ,
mede namens haar minderjarige kind
[naam 2] ,
V-nummer: [V-nummer 2] ,
(gemachtigde: mr. A. Khalaf),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de inwilliging van haar asielaanvraag. Het beroep richt zich tegen de ingangsdatum van de verblijfsvergunning.
1.1.
De rechtbank heeft de minister in de gelegenheid gesteld om schriftelijk te reageren op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) over de betekenis van de loopbrief voor de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel. [1] De minister heeft hierop gereageerd.
1.2.
Eiseres is vervolgens in de gelegenheid gesteld om schriftelijk te reageren op de reactie van de minister. Eiseres heeft hier gebruik van gemaakt.
1.3.
Partijen hebben de rechtbank toestemming verleend om zonder zitting uitspraak te doen op het beroep. De rechtbank heeft het beroep daarom niet op zitting behandeld en heeft het onderzoek hierbij gesloten. [2]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt of de minister de ingangsdatum van de verblijfsvergunning van eiseres juist heeft vastgesteld. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
2.1.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Waar gaat de zaak over?
3. Bij besluit van 17 juli 2024 heeft de minister aan eiseres een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend, met ingang van 29 oktober 2023 en geldig tot 29 oktober 2028. Eiseres is het niet eens met de ingangsdatum van haar verblijfsvergunning. Zij voert aan dat de verblijfsvergunning verleend moet worden met ingang van 21 oktober 2023. Zij heeft zich op die datum namelijk gemeld in het aanmeldcentrum in Ter Apel. Dat blijkt uit ook uit de overgelegde loopbrief, afgegeven op 21 oktober 2023.
Ingangsdatum
4. De rechtbank oordeelt, en tussen partijen is ook niet in geschil, dat de minister de ingangsdatum van de verblijfsvergunning niet juist heeft vastgesteld. Volgens de uitspraak van de Afdeling van 20 januari 2025 volgt uit de wet [3] en het Unierecht dat de asielaanvraag is ontvangen op het moment dat een vreemdeling in persoon bij de autoriteiten zijn asielwens kenbaar heeft gemaakt. Dit moment kan bijvoorbeeld blijken uit de loopbrief. Eiseres heeft op 21 oktober 2023, de datum van de loopbrief, haar asielwens kenbaar gemaakt. Dit betekent dat de beroepsgrond slaagt en het beroep gegrond is.

Conclusie en gevolgen

5. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, voor zover dat ziet op de ingangsdatum, omdat dit in strijd is met een wettelijke bepaling. Uit het oogpunt van definitieve geschilbeslechting zal de rechtbank zelf in de zaak voorzien door de ingangsdatum van de verblijfsvergunning vast te stellen op 21 oktober 2023 en te bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde deel van het bestreden besluit. [4]
6. De minister moet de proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 907,-. [5] De rechtbank ziet geen aanleiding om een lagere wegingsfactor toe te passen. In principe behoort een behandeling van een beroepszaak tot de categorie gemiddeld, tenzij er redenen zijn om daarvan af te wijken. Die redenen ziet de rechtbank hier niet. Het beroep tegen de ingangsdatum vraagt namelijk een inhoudelijke beoordeling. Ook in de uitspraak van de Afdeling van 20 januari 2025 ziet de rechtbank geen aanknopingspunten om van een lagere wegingsfactor uit te gaan.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 17 juli 2024, voor zover daarin de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is vastgesteld op 29 oktober 2023;
- stelt de ingangsdatum van de verblijfsvergunning vast op 21 oktober 2023;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit van 17 juli 2024, voor zover dat is vernietigd;
- veroordeelt de minister tot betaling van € 907,- aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen - Telman, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.J.C. ten Hoopen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.20 januari 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:159).
2.Artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3.Zie artikel 44, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
4.Artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb.
5.Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor van 1.