3.3.Na een mislukte overdracht aan de Italiaanse autoriteiten is eisers asielaanvraag verder behandeld in de nationale procedure. De minister heeft de asielaanvraag ingewilligd en is daarbij uitgegaan van 1 mei 2003 als eisers geboortedatum. Eiser heeft een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vreemdelingenwet 2000 gekregen. Deze vergunning is geldig van 16 november 2021 tot 16 november 2026.
Wat vindt eiser in beroep?
4. Eiser vindt dat de minister van een onjuiste geboortedatum is uitgegaan en hem ten onrechte als meerderjarig heeft aangemerkt. Hij heeft indicatief bewijs overlegd waaruit zijn gestelde geboortedatum blijkt. De minister heeft ten onrechte geen aandacht besteed aan het beleid uit Werkinstructie (WI) 2023/6 Leeftijdsbepaling. Het bestreden besluit is daarom niet zorgvuldig voorbereid en niet deugdelijk gemotiveerd. Eiser heeft belang bij een juiste registratie van zijn geboortedatum ‘om verder door het leven te kunnen gaan in Nederland met zijn daadwerkelijke geboortedatum en daaruit voortvloeiende leeftijd’.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De hoogste bestuursrechter – de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State – heeft in de uitspraak van 9 oktober 2024 overwogen dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is bij de leeftijdsbeoordeling van vreemdelingen en de minister daarom (in beginsel) niet langer mag uitgaan van de juistheid van een leeftijdsregistratie in een andere lidstaat van de Europese Unie (ECLI:NL:RVS:2024:3992). In de uitspraak van 24 december 2024 heeft de hoogste bestuursrechter hierover nader overwogen dat dit niet betekent dat geen gewicht toekomt aan een leeftijdsregistratie in een andere lidstaat bij de beoordeling van de leeftijd van een vreemdeling (ECLI:NL:RVS:2024:5364). De minister zal de leeftijd van een vreemdeling moeten beoordelen met toepassing van het nationale bestuursrechtelijke bewijsrecht, met inachtneming van wat daarover aanvullend in het Unierecht is bepaald. Daarbij zal de minister steeds zorgvuldig moeten onderzoeken en deugdelijk moeten motiveren welk gewicht aan een bepaalde registratie wordt toegekend en waarom. Ook zal de minister alle feiten en omstandigheden moeten meewegen bij het beoordelen van de leeftijd van een vreemdeling die stelt minderjarig te zijn. De minister moet uitgaan van het vermoeden dat een vreemdeling minderjarig is, als die vreemdeling dat stelt en de minister daaraan twijfelt. Het is dan aan de minister om dat vermoeden van minderjarigheid te ontzenuwen. De minister zal dan nader onderzoek moeten doen, eventueel in samenwerking met andere lidstaten. Als de minister na dat onderzoek toch tot de conclusie komt dat de twijfel over de minderjarigheid is weggenomen en de minister ervan uitgaat dat de vreemdeling meerderjarig is, dan zal de minister dat moeten motiveren. 6. Eiser heeft bij aankomst in Nederland gesteld minderjarig te zijn en geboren te zijn op [geboortedatum 1] 2006. Omdat eiser zijn gestelde minderjarige leeftijd toen niet heeft kunnen aantonen met bewijsmiddelen, heeft er een leeftijdsschouw plaatsgevonden. Deze leeftijdsschouw vindt plaats op basis van eisers uiterlijk, gedrag en verklaringen, zo blijkt uit WI 2025/1 Leeftijdsbepaling. In tegenstelling tot de waarnemingen van de twee AIVM-verbalisanten zag de IND-rapporteur duidelijk zichtbare groeven rond de mondhoeken en een duidelijk zichtbare adamsappel bij eiser. Volgens deze rapporteur had eiser ook een beginnend vlassig/donzig snorretje en kwam eisers gestelde leeftijd niet overeen met zijn verklaring over de scheiding van zijn ouders. Hoewel de rechtbank het opmerkelijk vindt dat binnen een korte termijn van twee weken zeer specifieke uiterlijke kenmerken zowel niet als wel worden gezien, is zij – alles afwegende – van oordeel dat de minister voldoende zorgvuldig heeft vastgesteld dat er sprake is van twijfel over de minderjarigheid van eiser, zodat er nader onderzoek mocht worden gedaan.
7. Uit het in overweging 3.2 genoemde onderzoek is gebleken dat eiser in Italië bekend is onder de aliassen [alias 1] (geboren [geboortedatum 2] 2003) en [alias 2] (geboren [geboortedatum 3] 2001) en daar (dus) als meerderjarig staat geregistreerd. De Italiaanse autoriteiten hebben geen antwoord gegeven op een aantal vragen die in het verzoek om informatie zijn gesteld. Deze vragen gingen over de leidende personalia en de wijze waarop de personalia zijn onderbouwd. Uit het verweerschrift en de verduidelijking daarvan ter zitting volgt dat de minister ervan uitgaat dat aan de leeftijdsregistratie in Italië enkel verklaringen van eiser ten grondslag liggen, gelet op enerzijds het ontbreken van een toelichting op de personalia door de Italiaanse autoriteiten en anderzijds eisers verklaringen in Nederland over zijn aankomst en verblijf in Italië. De minister vindt eisers verklaring over de opgegeven personalia [alias 2] (geboren op [geboortedatum 3] 2001) (enigszins) plausibel. Dit is volgens de minister anders voor de overige (afwijkende) personalia. De rechtbank volgt de minister niet in diens stelling dat de minister daarbij zwaar heeft mogen meewegen dat eiser over zijn leeftijdsregistratie in Italië tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd. Hoewel eiser in zijn verklaringen niet altijd even duidelijk is over zijn leeftijdsregistratie in Italië, zijn eisers verklaringen naar het oordeel van de rechtbank in de kern voldoende consistent en plausibel: eiser heeft in Italië (een) meerderjarige leeftijd(en) opgegeven, omdat hij wilde doorreizen naar een ander land en zijn minderjarigheid hieraan in de weg stond. De minister moet daarom met meer bewijs komen om de minderjarigheid te ontzenuwen.
8. De minister heeft verwezen naar het rapport van Bureau Documenten van de IND waarin een door eiser overgelegde doopakte is onderzocht. Hieruit blijkt weliswaar dat het document geen officieel bewijs van geboorte is en er ‘gelet op het beschikbare vergelijkingsmateriaal’ geen uitspraak over de echtheid, opmaak en afgifte van het document wordt gedaan, maar hieruit blijkt evenmin iets over de mogelijke meerderjarigheid van eiser. Daarom kan dit document, anders dan de minister vindt, naar het oordeel van de rechtbank niet bijdragen aan het ontzenuwen van de gestelde minderjarigheid.
9. Verder is de rechtbank van oordeel dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom ten tijde van het nemen van het bestreden besluit gebruik is gemaakt van WI 2018/19 Leeftijdsbepaling en niet van WI 2023/6 Leeftijdsbepaling. Laatstgenoemde werkinstructie was namelijk op dat moment (ook) geldig en daaruit volgde onder meer dat een vreemdeling de mogelijkheid had om alsnog zijn gestelde minderjarigheid aannemelijk te maken. Zo kon een vreemdeling op grond van (bij voorkeur) identificerende documenten, maar in voorkomende gevallen ook indicatieve documenten, alsnog aannemelijk maken dat de geregistreerde leeftijd onjuist was (zie paragraaf 2.4.2).
10. Mede naar aanleiding van de in overweging 5 genoemde uitspraken is er inmiddels een nieuwe werkinstructie opgesteld, WI 2025/1 Leeftijdsbepaling. Uit paragraaf 3.6 blijkt – samengevat en voor zover dat van belang is voor deze zaak – het volgende. Als een vreemdeling in een lidstaat met verschillende geboortedata staat geregistreerd die allen maken dat de vreemdeling als meerderjarig moet worden beschouwd, dan moet worden nagegaan welke geboortedatum leidend is en of er documenten dan wel leeftijdsonderzoek aan de registraties ten grondslag liggen/ligt. Als het onderzoek in de lidstaat geen resultaat oplevert, vormen de verklaringen van de vreemdeling over de registratie de basis voor de verdere beoordeling. Als uit het onderzoek naar de registraties in de andere lidstaat geen duidelijk resultaat komt (of het antwoord laat te lang op zich wachten/het wordt niet zinvol geacht om een vervolgvraag te stellen), kan alsnog vervolgonderzoek plaatsvinden, zoals een medisch leeftijdsonderzoek.
11. De Italiaanse autoriteiten hebben geen antwoord gegeven op de vragen die in het verzoek om informatie zijn gesteld (zie overweging 7). Desgevraagd heeft de gemachtigde van de minister ter zitting aangegeven dat navraag doen geen resultaat zal opleveren omdat de Italiaanse autoriteiten doorgaans niet uitgebreid zijn in hun antwoorden en de beantwoording waarschijnlijk met een klein tekstblokje zal worden afgedaan. De rechtbank is van oordeel dat de minister daarmee onvoldoende heeft gemotiveerd dat het niet zinvol was om na ontvangst van de informatie van de Italiaanse autoriteiten (bijvoorbeeld) de vragen nogmaals te stellen of te wijzen op de onbeantwoorde vragen. Ook heeft de minister onvoldoende gemotiveerd waarom ander vervolgonderzoek niet heeft plaatsgevonden. De onduidelijkheid over de leeftijdsregistraties in Italië en het (vervolgens) niet uitvoeren van een vervolgonderzoek komt, naar het oordeel van de rechtbank, voor eigen rekening en risico van de minister en draagt daarom niet bij aan het ontzenuwen van de gestelde minderjarigheid.
12. Tot slot neemt de rechtbank in aanmerking dat door twee AIVM-verbalisanten bij de leeftijdsschouw zonder twijfel is geconcludeerd dat eiser minderjarig is.
13. De rechtbank is van oordeel dat, gezien het vorenstaande en gelet op alle omstandigheden, de minister het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig heeft voorbereid en onvoldoende heeft gemotiveerd waarom niet van de door eiser gestelde geboortedatum ( [geboortedatum 1] 2006) en eisers minderjarigheid is uitgegaan, maar van de in Italië geregistreerde geboortedatum ( [geboortedatum 2] 2003) en eisers meerderjarigheid.