Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser
voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende vreemdeling, verzocht om een verblijfsvergunning als gezinslid bij zijn Nederlandse echtgenote die ook de Turkse nationaliteit zou bezitten. Verweerder wees de aanvraag af vanwege het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en het niet voldoen aan de vrijstellingscriteria van het mvv-vereiste. Tevens was niet aangetoond dat de referent de Turkse nationaliteit nog bezat.
Eiser voerde in beroep aan dat verweerder ten onrechte het toepassingsbereik van het Besluit 1/80 had beperkt en dat er sprake was van bijzondere omstandigheden, waaronder het risico op eergerelateerd geweld bij terugkeer naar Turkije en de gevolgen van een aardbeving in de regio. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd of de referent aan het middelenvereiste voldeed en dat de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro niet alle relevante feiten, zoals het samenwonen met studerende kinderen, had betrokken.
De rechtbank stelde vast dat het besluit in strijd was met artikel 7:12 Awb Pro en vernietigde het bestreden besluit. Verweerder werd opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.