Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn asielaanvraag van 22 januari 2024. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting, omdat partijen geen zitting wensten.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister niet binnen de door eiser gevraagde termijn van twee weken alsnog heeft beslist. Het beroep is ontvankelijk en kennelijk gegrond. De rechtbank verwijst naar het '8+8 wekenmodel' van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waardoor een nieuwe beslistermijn van zestien weken wordt opgelegd.
De minister wordt opgedragen binnen deze termijn alsnog een besluit te nemen. Bij overschrijding van deze termijn legt de rechtbank een dwangsom op van € 100 per dag, met een maximum van € 15.000. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 453,50.
De uitspraak is gedaan door rechter M. Munsterman en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Eiser kan binnen vier weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.