In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 11 oktober 2022. In een eerdere procedure was al bepaald dat de minister binnen acht weken een besluit moest nemen, met een dwangsom bij overschrijding. De minister heeft echter ook deze termijn niet gehaald.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. Gelet op het feit dat de maximale beslistermijn van 21 maanden is overschreden, stelt de rechtbank een kortere termijn van vier weken vast waarbinnen de minister alsnog een besluit moet nemen. Deze termijn vangt aan de dag na de bekendmaking van deze uitspraak.
Indien de minister deze termijn overschrijdt, wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd, met een maximum van €15.000. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €453,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.