ECLI:NL:RBDHA:2025:11868
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf in vreemdelingenrecht
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor meerdere personen. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend, waarna de rechtbank zonder zitting uitspraak deed op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, is overschreden zonder dat een besluit is genomen. Eiser heeft verweerder rechtsgeldig in gebreke gesteld en het beroep tijdig ingediend. De rechtbank verklaart het beroep kennelijk gegrond en legt een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000, waarvan reeds €1.442 is verbeurd. Verweerder wordt ook veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van eiser. De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie en motiveert de langere beslistermijn vanwege de bijzondere aard van aanvragen om gezinshereniging bij houders van een asielvergunning.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met oplegging van dwangsommen en vergoeding van proceskosten.