ECLI:NL:RBDHA:2025:11552
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroepen tegen plaatsingsbesluit en vrijheidsbeperkende maatregel in HTL
Eiser, een Iraanse asielzoeker, werd op 22 mei 2025 geplaatst in de Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen en kreeg een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd. Hij stelde beroep in tegen beide besluiten en verzocht tevens om schadevergoeding en een voorlopige voorziening.
De rechtbank stelde vast dat het plaatsingsbesluit een gedetailleerde weergave bevat van een incident op 21 mei 2025 waarbij eiser agressief gedrag vertoonde, onder meer het slaan met een magnetron tegen zijn gezicht en het bedreigen van medewerkers. Eiser voerde aan dat het plaatsingsbesluit onjuist was opgesteld met gebruik van AI-tools en dat de feiten niet klopten, maar de rechtbank vond geen aanleiding om aan de juistheid van het feitenrelaas te twijfelen.
De rechtbank oordeelde dat het COa terecht het incident kwalificeerde als een incident met zeer grote impact en dat de plaatsing in de HTL en de vrijheidsbeperkende maatregel gerechtvaardigd en deugdelijk gemotiveerd waren, mede gelet op de medische en psychiatrische situatie van eiser en de benodigde zorgverlening.
De voortduring van de maatregel viel buiten de reikwijdte van dit geding. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed. De beroepen werden ongegrond verklaard en de besluiten bleven in stand.
Uitkomst: De beroepen tegen het plaatsingsbesluit en de vrijheidsbeperkende maatregel zijn ongegrond verklaard en het verzoek tot voorlopige voorziening is afgewezen.