ECLI:NL:RBDHA:2025:11269

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 juni 2025
Publicatiedatum
26 juni 2025
Zaaknummer
NL25.22196
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 42 Vreemdelingenwet 2000Art. 6:12 AwbBesluit van 11 december 2024 tot het instellen van een besluitmoratorium en een vertrekmoratorium voor vreemdelingen afkomstig uit Syrië (2024, 41538)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediend tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag Syrië

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 27 november 2023. De rechtbank heeft geen zitting gehouden omdat partijen geen zitting wensten. De beslistermijn van zes maanden eindigde op 27 mei 2024, maar de minister stelde op 11 december 2024 een Besluit- en Vertrekmoratorium (BVM) in voor Syriërs, waardoor de beslistermijn verlengd werd tot maximaal 21 maanden.

Eiser stelde de minister pas op 21 april 2025 in gebreke en diende op 14 mei 2025 het beroep in, terwijl het BVM al van kracht was. Hierdoor was het beroep prematuur en voldoet het niet aan de vereisten voor een beroep tegen niet tijdig beslissen. De rechtbank wijst erop dat eiser na het verstrijken van de verlengde termijn, dus na 27 augustus 2025, opnieuw de minister in gebreke kan stellen.

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en veroordeelt de minister niet tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter H. Hanssen-Telman en griffier B.A. Smit en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur indienen door het in werking treden van het besluitmoratorium.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.22196

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. M.S. Dunant Maurits),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 27 november 2023.
1.1.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en heeft gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Partijen hebben daarna niet om een zitting gevraagd. De rechtbank heeft het beroep daarom niet op zitting behandeld en sluit hierbij het onderzoek. [1]

Beoordeling door de rechtbank

Is het beroep ontvankelijk?
2. De beslistermijn van zes maanden [2] is in geval van eiser geëindigd op 27 mei 2024. Eiser heeft de minister bij brief van 21 april 2025 in gebreke gesteld en vervolgens op
14 mei 2025 zijn beroep ingediend. [3] Met het besluit van 11 december 2024, in werking getreden op 14 december 2024, heeft de minister een Besluit- en Vertrekmoratorium [4] (BVM) ingesteld voor vreemdelingen uit Syrië. Met het BVM voor vreemdelingen uit Syrië heeft de minister de beslistermijn voor lopende asielaanvragen verlengd tot ten hoogste 21 maanden. Op het moment van indienen van de ingebrekestelling en het beroep was het door de minister ingestelde BVM al in werking getreden, waardoor de minister niet langer kan beslissen op de aanvraag en zowel de ingebrekestelling als het beroep te vroeg en dus prematuur zijn ingediend. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen voldoet daarom niet aan de vereisten [5] voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen.
3. De rechtbank merkt op dat eiser na het verstrijken van 21 maanden na de aanvraag, dus na 27 augustus 2025, de minister alsnog in gebreke kan stellen. Dat is anders wanneer het BVM eerder eindigt dan 27 augustus 2025. In dat geval kan eiser de minister na het eindigen van het BVM in gebreke stellen.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft de proceskosten niet aan eiser te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen-Telman, rechter, in aanwezigheid van
mr. B.A. Smit, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
3.Artikel 6:12, tweede lid aanhef en onder b, van de Awb.
4.Besluit van 11 december 2024 tot het instellen van een besluitmoratorium en een vertrekmoratorium voor vreemdelingen afkomstig uit Syrië (
5.Zoals bedoeld in artikel 6:12 van Pro de Awb.