Eiseres, een Colombiaanse vrouw die in mei 2022 Nederland binnenkwam, verzocht asiel wegens bedreigingen door de afpersingsgroep Gota a Gota vanwege schulden. Verweerder wees de aanvraag af op grond van ongeloofwaardigheid van het asielrelaas over de schuldenproblematiek. De rechtbank toetste dit oordeel aan de hand van de door eiseres aangevoerde beroepsgronden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende rekening had gehouden met het referentiekader van eiseres, waaronder haar opleidingsniveau en mogelijkheden om haar verhaal te onderbouwen. De rechtbank vond dat verweerder terecht twijfelde aan de geloofwaardigheid van het element betreffende de schulden bij Gota a Gota, vanwege tegenstrijdigheden in verklaringen, het onlogisch meerdere malen verhuizen zonder fysiek bedreigd te zijn, het geringe contact met schuldeisers en het lange verblijf in Colombia ondanks de bedreigingen en reeds verkregen paspoorten.
Eiseres had onvoldoende onderbouwd waarom essentiële punten pas in correcties en aanvullingen waren verduidelijkt. De rechtbank volgde verweerder in zijn standpunt dat de verklaringen niet strookten met algemene landeninformatie over het gebruik van fysiek geweld door Gota a Gota. Gezien deze omstandigheden was het oordeel van verweerder dat het asielrelaas ongeloofwaardig was, gerechtvaardigd. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.