Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin een beslistermijn van acht weken was gesteld. Omdat de minister deze termijn heeft overschreden zonder een besluit te nemen, is het beroep ontvankelijk en gegrond.
De rechtbank stelt dat de minister binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 250,- per dag op voor elke dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 37.500,-. De rechtbank wijst ook proceskosten toe aan eiser van € 453,50 vanwege de inschakeling van juridische hulp.
De minister heeft geen verweerschrift ingediend, waardoor onduidelijk blijft wanneer hij zal beslissen. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt de minister op binnen de gestelde termijn te beslissen. De uitspraak is openbaar en op 22 mei 2025 bekendgemaakt.