Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam 2] , V-nummer: [nummer] , eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Wat ging aan het bestreden besluit vooraf
29 mei 2024 [5] gehoord.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Pakistaanse nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis bij referenten in Nederland. De minister wees de aanvraag af omdat geen adoptiesituatie of een feitelijke gezinsband met referenten was vastgesteld. De rechtbank bevestigt dit oordeel, waarbij zij het standpunt van de minister volgt dat de overgelegde documenten onvoldoende bewijs leveren voor adoptie of een daarmee gelijkgestelde situatie.
De rechtbank overweegt dat de minister terecht het beleid uit Werkinstructie 2024/4 analoog heeft toegepast bij de beoordeling van de feitelijke gezinsband. De minister heeft meegewogen dat eiser sinds 2018, toen referenten naar Nederland vertrokken, is opgevoed door zijn biologische ouders in Pakistan en dat de band met hen zwaarder weegt dan met referenten.
Verder stelt de rechtbank vast dat er geen beschermwaardig gezinsleven is zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro, mede omdat het contact tussen eiser en referenten beperkt is en onvoldoende hecht. De minister hoefde geen aanvullend onderzoek te laten doen naar het belang van eiser. Gelet op een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak is een belangenafweging niet meer vereist indien geen gezinsleven is vastgesteld.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag nareis wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.