Eiser heeft beroep ingesteld tegen de stopzetting van zijn huur- en zorgtoeslag en de vaststelling van het voorschot kindgebonden budget op € 0 voor het jaar 2024. De stopzetting volgde op een door eiser zelf doorgegeven inkomenswijziging van € 18.739 naar € 100.000, gecombineerd met het inkomen van zijn toeslagpartner, wat leidde tot een gezamenlijk toetsingsinkomen van € 124.048 voor 2023 en een geïndexeerd bedrag van € 143.932 voor 2024.
Eiser stelt dat hij en zijn ex-partner al geruime tijd uit elkaar zijn en dat het inkomen van zijn ex ten onrechte is meegenomen. Tevens geeft hij aan per ongeluk een te hoog inkomen te hebben doorgegeven en vertrouwt hij de toeslagenorganisatie niet om dit te corrigeren. De rechtbank overweegt dat toeslagen inkomensafhankelijk zijn en voorschotten worden gebaseerd op de laatst bekende gegevens, waarbij het aan de aanvrager is om onjuistheden te corrigeren.
De rechtbank oordeelt dat verweerder het voorschot kindgebonden budget op € 0 heeft mogen vaststellen en de stopzetting van huur- en zorgtoeslag rechtmatig is, mede omdat eiser geen eerdere verzoeken tot herziening heeft ingediend en verweerder de stopzetting schriftelijk heeft medegedeeld. Eiser kan opnieuw een aanvraag indienen met juiste inkomensgegevens. Het beroep wordt ongegrond verklaard.