ECLI:NL:RBDHA:2025:1076
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 19 oktober 2024 is opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank had deze maatregel eerder getoetst en beoordeelt nu alleen de rechtmatigheid sinds het sluiten van het vorige onderzoek op 25 november 2024.
Eiser stelde dat de minister niet tijdig een voortgangsrapportage had overgelegd, dat er geen zicht was op uitzetting naar Algerije en dat de minister onvoldoende voortvarend was in de uitzettingsprocedure. De rechtbank oordeelde dat het niet tijdig overleggen van de rapportage geen nadelige gevolgen had voor eiser of de procedure, omdat alsnog tijdig werd gerapporteerd en eiser voldoende gelegenheid kreeg te reageren.
Verder concludeerde de rechtbank dat er wel degelijk zicht is op uitzetting naar Algerije, ondanks het ontbreken van een volledig dossier en het feit dat de Algerijnse autoriteiten nog niet hebben gereageerd op de laissez-passer aanvraag. Ook de stelling dat de minister onvoldoende voortvarend zou zijn, werd verworpen omdat de minister regelmatig rappelleerde en gesprekken voerde met eiser.
De rechtbank vond geen aanleiding om de maatregel van bewaring onrechtmatig te verklaren en wees daarom het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.