Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de Minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Gambiaanse nationaliteit, werd op 13 januari 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege risico op onttrekking aan toezicht en noodzaak tot vaststelling van identiteit en beoordeling van zijn asielaanvraag. Eiser stelde dat de bewaring onrechtmatig was omdat de maatregel niet binnen 48 uur was omgezet en de grondslagen niet juist waren toegepast.
De rechtbank beperkte haar beoordeling tot de rechtmatigheid van de maatregel van 13 januari 2025 en het verzoek om schadevergoeding. De rechtbank oordeelde dat de zwaarwegende gronden en lichte gronden die aan de bewaring ten grondslag lagen, niet waren betwist en feitelijk juist waren. Ook was sprake van voldoende voortvarendheid van de overheid na de asielaanvraag van eiser.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring terecht was gebaseerd op artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet en dat de overige aangevoerde gronden geen aanleiding gaven tot onrechtmatigheid. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.