ECLI:NL:RBDHA:2025:10540
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Afghaanse nationaliteit wegens ongeloofwaardige identiteit en motieven
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, stellende dat hij door de Taliban wordt gezocht vanwege zijn werkzaamheden als voertuigmonteur voor het leger onder de voormalige regering. De minister wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond vanwege gebrek aan geloofwaardigheid van eisers identiteit en motieven.
De rechtbank oordeelt dat eiser zijn identiteit onvoldoende heeft onderbouwd, ondanks het overleggen van een tazkera in beroep, omdat de authenticiteit en inhoud niet vaststaan. Tevens zijn eisers verklaringen over zijn werkzaamheden en problemen met de Taliban tegenstrijdig en onvoldoende aannemelijk. Verweerder mocht verwachten dat eiser meer feitelijke details kon geven, ook rekening houdend met zijn culturele achtergrond.
De rechtbank volgt het oordeel dat eiser zijn paspoort waarschijnlijk te kwader trouw heeft vernietigd en dat zijn vrees voor vervolging wegens vermeende verwestering onvoldoende is onderbouwd. De aanvraag is daarom terecht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.