ECLI:NL:RBDHA:2025:10522
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot oplegging dwangakkoord bij problematische schulden
De rechtbank Den Haag heeft op 10 april 2025 uitspraak gedaan in een zaak waarin verzoeker, met een schuldenlast van €24.277,34 verdeeld over zeven schuldeisers, een dwangakkoord wilde afdwingen tegen zijn schuldeisers. Het voorstel betrof een nulaanbod waarbij geen uitkering aan schuldeisers zou plaatsvinden, tegen kwijtschelding van hun vorderingen.
Verzoeker had dit voorstel met hulp van de gemeente Den Haag gedaan, maar twee schuldeisers, waaronder een met een vordering van ruim 25% van de totale schuld, gingen niet akkoord. Verzoeker vroeg de rechtbank om deze schuldeisers te dwingen mee te werken aan het akkoord. De rechtbank oordeelde dat het voorstel niet het maximaal haalbare was, mede omdat verzoeker een uitkering ontving en onvoldoende had gesolliciteerd, terwijl hij volgens een sociaal medisch advies in staat was om te werken en zijn inkomen te verbeteren.
De rechtbank maakte een belangenafweging en concludeerde dat de weigering van de schuldeisers niet onredelijk was, zodat het dwangakkoord niet kon worden opgelegd. Verzoeker kan nog een apart verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) indienen, waarover de rechtbank apart zal beslissen.
Uitkomst: Het verzoek tot oplegging van een dwangakkoord wordt afgewezen omdat het voorstel niet het maximaal haalbare is.