Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Letse nationaliteit dragende vreemdeling, is sinds 6 april 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59b, eerste lid, onder b, c en d van de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft tegen het voortduren van deze maatregel beroep ingesteld en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld vanaf het moment van het sluiten van het onderzoek op 16 april 2025. Eiser stelde dat zijn asielaanvraag niet-ontvankelijk was verklaard en dat de grondslag van de bewaring daarom gewijzigd had moeten worden. De rechtbank oordeelt echter dat de maatregel rechtmatig blijft op basis van artikel 59b, eerste lid, onder c, omdat de asielaanvraag louter was ingediend om de uitvoering van het terugkeerbesluit te vertragen.
De rechtbank concludeert dat het voortduren van de maatregel niet onrechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wijst zij het verzoek om schadevergoeding af. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.