ECLI:NL:RBDHA:2025:10500
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek met onbekende bestemming na afwijzing asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie waarin zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel is afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens werd een terugkeerbesluit opgelegd en werd geen uitstel van vertrek om medische redenen verleend.
De rechtbank stelt vast dat eiser op 13 november 2024 met onbekende bestemming is vertrokken en sindsdien niet meer is verschenen. De gemachtigde van eiser kon geen contact meer krijgen met eiser na deze vertrekmelding.
Op grond van vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State betekent het vertrek met onbekende bestemming dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op de bescherming die hij aanvankelijk zocht. Hierdoor ontbreekt het aan een rechtens te beschermen belang bij de behandeling van het beroep.
De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn en griffier L.M. Kalkman op 28 mei 2025.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na vertrek met onbekende bestemming.