ECLI:NL:RBDHA:2025:10460
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd wegens niet voldoen aan inburgeringsvereiste
Eiser, met de Russische nationaliteit, diende op 10 juni 2024 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. De minister wees deze aanvraag op 4 november 2024 af omdat eiser niet voldeed aan het inburgeringsvereiste, noch vrijstelling had gekregen. Eiser voerde aan dat hij door acht jaar scholing in Nederland voldoende kennis van de Nederlandse taal en cultuur heeft en dat hij vanwege medische redenen vrijstelling zou moeten krijgen. Tevens verwees hij naar een uitspraak van het Hof van Justitie van de EU over integratie en vrijstelling van inburgeringsvereisten.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet voldoet aan het criterium van acht jaren scholing tijdens de leerplichtige leeftijd zoals vereist in artikel 3.107a, tweede lid, onder b, van het Vreemdelingenbesluit 2000. De verwijzing naar de EU-uitspraak kon niet baten omdat deze niet ziet op dit specifieke wetsartikel. Verder stelde de rechtbank vast dat eiser geen advies van DUO had overgelegd waaruit aantoonbare inburgering blijkt, terwijl dit volgens het beleid vereist is voor vrijstelling. De minister heeft terecht gewezen op de deskundigheid van DUO om dit te beoordelen en het standpunt dat eiser niet heeft aangetoond dat hij voldoende is ingeburgerd werd bevestigd.
Ten slotte faalde het beroep op de hardheidsclausule omdat eiser dit niet met stukken onderbouwde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de aanvraag af. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd wegens niet voldoen aan het inburgeringsvereiste.