Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Russische asielzoeker, diende op 25 januari 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Denemarken verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Nederland had een verzoek tot terugname bij Denemarken gedaan, dat op 10 maart 2025 werd aanvaard.
Eiser voerde aan dat hij in Denemarken onder slechte omstandigheden verbleef en onvoldoende medische zorg ontving vanwege zijn chronische ziekte en psychische problemen. Hij overhandigde rapporten over de opvangomstandigheden en verwees naar het rapport Freedom in the World 2020. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er sprake is van systeemfouten in Denemarken die leiden tot een schending van artikel 3 EVRM Pro.
Daarnaast ontbrak het aan objectieve medische documenten die de ernst van zijn situatie onderbouwen. De rechtbank stelde vast dat eiser geen asielaanvraag in Denemarken had ingediend en dat zijn eerdere verblijf als illegale vreemdeling niet vergelijkbaar is met een reguliere asielprocedure. Het verzoek om individuele garanties op grond van het Tarakhel-arrest werd niet onderbouwd.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de asielaanvraag niet in behandeling wordt genomen wegens verantwoordelijkheid Denemarken.