Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], eiseres
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Ugandese vrouw die in oktober 2024 asiel aanvroeg in Nederland, werd geconfronteerd met een besluit van de minister van Asiel en Migratie om haar aanvraag niet in behandeling te nemen omdat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Polen had het verzoek tot terugname op 7 januari 2025 aanvaard.
Eiseres stelde dat zij in Polen discriminatie en racisme had ervaren vanwege haar etnische achtergrond en LHBTI-lidmaatschap, en dat zij vanwege haar zwangerschap bijzonder kwetsbaar was. Zij verwees naar recente rapporten en het Tarakhel-arrest om haar stellingen te onderbouwen. De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit zorgvuldig was voorbereid en voldoende gemotiveerd, en dat verweerder terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Polen.
De rechtbank vond dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro bij overdracht aan Polen. Ook was niet gebleken dat zij bijzonder kwetsbaar is in de zin van het Tarakhel-arrest, mede omdat zij inmiddels was bevallen en geen medische problemen had die haar kwetsbaarheid onderbouwen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter K.M. de Jager op 12 juni 2025 en kan worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-inbehandelingname van de asielaanvraag is ongegrond verklaard omdat Polen verantwoordelijk is en eiseres onvoldoende bijzondere kwetsbaarheid heeft aangetoond.