ECLI:NL:RBDHA:2025:10288
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen maatregel van bewaring op grond van Vreemdelingenwet 2000
De minister van Asiel en Migratie heeft op 2 mei 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank behandelde het beroep op 10 juni 2025 via een videoverbinding.
Eiser voerde aan dat de minister had moeten volstaan met een lichter middel, omdat hij bereid zou zijn mee te werken aan zijn terugkeer naar Algerije zodra de laissez-passer is ontvangen. Tevens stelde hij gezondheidsproblemen te hebben, waaronder geelzucht en littekens. De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende had gemotiveerd waarom geen lichter middel is toegepast, mede vanwege eerdere onttrekkingen aan toezicht en het feit dat eiser niet is verschenen bij de presentatie bij de Algerijnse autoriteiten.
De rechtbank stelde vast dat de medische zorg in het detentiecentrum gelijkwaardig is aan die in de vrije maatschappij en dat eiser onvoldoende had onderbouwd waarom deze zorg niet toereikend zou zijn. Bij ambtshalve toetsing vond de rechtbank geen reden om de rechtmatigheid van de maatregel te betwijfelen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.