Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, werd op 4 juni 2024 een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat er een gebrek was in het voortraject omdat de functienaam van de BOA's die de staandehouding verrichtten niet overeenkwam met de wettelijke bepalingen. De rechtbank oordeelde echter dat de staandehouding was verricht door bevoegde ambtenaren volgens het geldende Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Dienst Vervoer & Ondersteuning 2024, waardoor het bezwaar faalde.
Verweerder stelde dat er zware gronden waren voor de bewaring, waaronder een concreet aanknopingspunt voor overdracht volgens de Dublinverordening en een significant risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken. Eiser betwistte deze gronden niet. De rechtbank vond de gronden feitelijk juist en voldoende om de maatregel te dragen. De ambtshalve toetsing leidde niet tot een oordeel dat de maatregel onrechtmatig was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees ook het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.