ECLI:NL:RBDHA:2024:9695
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-overdracht aan Bulgarije
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep behandeld, ondanks dat eiser en zijn gemachtigde niet aanwezig waren. De voorzieningenrechter had eerder een voorlopige voorziening getroffen waardoor eiser niet mocht worden overgedragen aan Bulgarije totdat op het beroep was beslist.
Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan worden toegepast vanwege structurele tekortkomingen in Bulgarije, waaronder pushbacks en gebrekkige asielprocedures, en vreesde voor refoulement. De rechtbank oordeelde echter dat het Hof van Justitie van de EU heeft bevestigd dat het vertrouwensbeginsel deelbaar is en dat alleen de situatie na overdracht relevant is. Er was geen aannemelijk risico dat eiser na overdracht in een onmenselijke situatie terecht zou komen.
De rechtbank verwees naar recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin werd vastgesteld dat Bulgarije in het algemeen kan worden vertrouwd bij Dublin-overdrachten. Eiser had geen nieuwe feiten of persoonlijke ervaringen ingebracht die een afwijkend oordeel rechtvaardigen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde dat de aanvraag terecht niet in behandeling is genomen. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en de aanvraag terecht niet in behandeling genomen wegens verantwoordelijkheid van Bulgarije.