ECLI:NL:RBDHA:2024:9456
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf in kader nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf voor zijn echtgenote en minderjarige kinderen in het kader van nareis. Verweerder had op grond van de Vreemdelingenwet 2000 binnen 90 dagen moeten beslissen, maar heeft dit niet gedaan. Eiser stelde verweerder rechtsgeldig in gebreke en diende tijdig beroep in.
De rechtbank overweegt dat het beroep gegrond is omdat verweerder niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist. Gezien de bijzondere omstandigheden, waaronder het overlijden van een minderjarig gezinslid, bepaalt de rechtbank een termijn van twee weken waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen. Bij overschrijding van deze termijn wordt een dwangsom opgelegd.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van de verbeurde bestuurlijke dwangsommen, proceskosten en het griffierecht van eiser. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen twee weken alsnog een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.