De rechtbank Den Haag heeft op 29 mei 2024 besloten tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige tot aan haar meerderjarigheid, 23 maart 2025. De minderjarige verblijft sinds juni 2023 in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder en werkt aan haar zelfstandigheid, maar vertoont problematisch gedrag en motivatieproblemen met betrekking tot school.
De gecertificeerde instelling verzocht om verlenging vanwege ernstige zorgen over de ontwikkeling van de minderjarige en het wisselende, beperkte contact met beide ouders. De vader is vrijwel afwezig en de relatie met de moeder verloopt stroef, hoewel de moeder zich inzet en openstaat voor hulpverlening. De moeder verzocht slechts om een korte verlenging van drie maanden, maar de rechtbank achtte dit onvoldoende gezien de ernst van de situatie.
De kinderrechter stelde vast dat de wettelijke criteria voor verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing zijn vervuld. De verlenging is noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige. De rechtbank benadrukte het belang van verdere ouderbegeleiding en het verbeteren van de ouder-kindrelatie, en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.