ECLI:NL:RBDHA:2024:9328
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een tijdige beslissing op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder had de beslistermijn verlengd met negen maanden op grond van het besluit WBV 2023/3, dat sinds 27 januari 2023 van kracht is en beslistermijnen voor asielaanvragen verlengt.
Eiser betwistte de geldigheid van deze verlenging en stelde dat verweerder niet prematuur in gebreke was gesteld. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is geoordeeld dat de verlenging terecht is toegepast omdat sprake was van een situatie als bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000.
De asielaanvraag van eiser is ingediend op 27 juli 2023, waardoor de beslistermijn is verlengd tot uiterlijk 27 oktober 2024. De ingebrekestelling van eiser op 6 februari 2024 was daarom te vroeg. Hierdoor voldoet het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht en is het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en heeft de zaak zonder zitting behandeld. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling.