ECLI:NL:RBDHA:2024:9096
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep behandeld zonder aanwezigheid van eiser en diens gemachtigde.
De staatssecretaris heeft een verzoek tot terugname aan Spanje gedaan, dat is geaccepteerd, waardoor een fictief claimakkoord is ontstaan. Eiser voerde aan dat de staatssecretaris de Spaanse autoriteiten expliciet had moeten vragen naar de inreisdatum en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt vanwege een inbreukprocedure tegen Spanje en discriminatie die eiser in Spanje zou hebben ervaren.
De rechtbank oordeelt dat het fictieve claimakkoord rechtsgeldig is en dat het aan Spanje is om een claim af te wijzen, wat niet is gebeurd. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt nog steeds, tenzij eiser aannemelijk maakt dat er sprake is van uitzonderlijke omstandigheden die leiden tot een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro. Eiser heeft dit niet aannemelijk gemaakt, mede omdat hij de AIDA-rapporten niet concreet heeft toegelicht en de inbreukprocedure onvoldoende onderbouwd is.
Ook de ervaren discriminatie is niet onderbouwd en klagen bij Spaanse autoriteiten wordt niet als onmogelijk beschouwd. Daarom slaagt het beroep niet en wordt het ongegrond verklaard. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.