ECLI:NL:RBDHA:2024:9094
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Kroatië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. De rechtbank behandelde het beroep op 21 mei 2024, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet verschenen.
De rechtbank oordeelt dat uit het Eurodac-systeem blijkt dat eiser in Kroatië een asielaanvraag heeft ingediend na illegale inreis, hetgeen de verantwoordelijkheid van Kroatië bevestigt. Eiser heeft onvoldoende tegenbewijs geleverd om dit te betwisten.
Verder stelt eiser dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer geldt vanwege mensonterende behandeling in Kroatië. De rechtbank volgt dit niet, omdat eiser geen aannemelijk bewijs heeft geleverd van structurele tekortkomingen die de hoge drempel van zwaarwegendheid bereiken. Ook bijzondere individuele omstandigheden op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro zijn onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en wijst het verzoek om de asielaanvraag aan Nederland toe te trekken af. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.