Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. H. Loth),
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, werd op 27 mei 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. Hij had zich op 23 april 2024 gemeld in Ter Apel en een loopbrief ontvangen, maar volgens de staatssecretaris was er geen formele asielaanvraag gedaan. Er bestonden concrete aanknopingspunten voor overdracht naar Duitsland op basis van de Dublinverordening.
Eiser voerde aan dat zijn melding in Ter Apel rechtmatig verblijf gaf en dat de maatregel onterecht was opgelegd. De rechtbank oordeelde dat de Dublinverordening onbetwist van toepassing is en dat de staatssecretaris terecht de maatregel van bewaring heeft opgelegd. Wel was er een tekortkoming in de informatieplicht volgens artikel 5.3 Vreemdelingenbesluit 2000, maar dit gebrek was niet ernstig genoeg om het besluit onrechtmatig te verklaren.
Eiser stelde dat een lichter middel had moeten worden toegepast vanwege zijn medewerking en psychische klachten, maar de rechtbank vond de motivering van de staatssecretaris voldoende dat een lichter middel onvoldoende garantie biedt voor vertrek en toezicht. De rechtbank concludeerde dat de maatregel niet onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.