ECLI:NL:RBDHA:2024:8984
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening vreemdeling niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 21 februari 2024 een terugkeerbesluit uitgevaardigd aan verzoeker, die hiertegen op 4 april 2024 beroep instelde en tevens een voorlopige voorziening verzocht. De voorzieningenrechter heeft verzoeker verzocht om het procesbelang te verduidelijken, maar hierop is niet gereageerd.
Eerder, op 10 april 2024, had een andere gemachtigde een soortgelijk verzoek om voorlopige voorziening ingediend en was dit reeds toegewezen, waarbij verzoeker werd behandeld als vreemdeling onder Richtlijn 2001/55/EG. De voorzieningenrechter achtte het onduidelijk waarom een tweede verzoek werd ingediend en welk belang daarbij gediend werd.
Gezien het ontbreken van enig procesbelang en het uitblijven van een reactie op het verzoek om opheldering, verklaarde de voorzieningenrechter het nieuwe verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.