ECLI:NL:RBDHA:2024:8856
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring wegens niet-naleving kennisgevingsplicht staatssecretaris
De staatssecretaris heeft op 13 mei 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser. Eiser stelde hiertegen beroep in op 20 mei 2024, dat tevens als verzoek om schadevergoeding werd aangemerkt. De rechtbank behandelde het beroep op 28 mei 2024.
Eiser stelde dat de staatssecretaris de maatregel van bewaring niet tijdig aan de rechtbank had gemeld, terwijl dit op grond van artikel 94, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 verplicht is. De staatssecretaris erkende het ontbreken van de kennisgeving, maar stelde dat dit niet tot onrechtmatigheid leidde omdat het beroep binnen de termijn werd behandeld.
De rechtbank oordeelde dat de kennisgevingsplicht dient ter waarborging van rechtszekerheid en rechtsbescherming en dat het niet tijdig verzenden van de kennisgeving de maatregel onrechtmatig maakt vanaf de dag na de uiterste verzenddatum. Omdat de kennisgeving niet was verzonden en het beroep pas na de termijn werd ingesteld, was de maatregel vanaf 17 mei 2024 onrechtmatig.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, beval de opheffing van de maatregel per 3 juni 2024, kende een schadevergoeding toe van €1.800,- voor 18 dagen onrechtmatige vrijheidsontneming en veroordeelde de staatssecretaris in de proceskosten van €1.750,-.
Uitkomst: De maatregel van bewaring is onrechtmatig verklaard wegens het niet tijdig verzenden van kennisgeving, het bestreden besluit is vernietigd en een schadevergoeding van €1.800,- toegekend.