ECLI:NL:RBDHA:2024:8780
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening wegens vertrek met onbekende bestemming
In deze zaak verzocht eiser om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van zijn aanvraag op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder meldde dat eiser met onbekende bestemming uit Nederland is vertrokken. De gemachtigde van eiser heeft zich teruggetrokken en pogingen om contact te leggen met eiser faalden.
De rechtbank oordeelde dat op grond van vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt aangenomen dat een vreemdeling die zonder nadere berichtgeving vertrekt geen prijs meer stelt op bescherming. Omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat deze veronderstelling onjuist is, ontbreekt procesbelang.
Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter zonder zitting en openbaar gemaakt op 6 juni 2024.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vertrek met onbekende bestemming en ontbreken van procesbelang.