ECLI:NL:RBDHA:2024:8695
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning medische behandeling wegens beschikbaarheid zorg in land van herkomst
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende persoon, vroeg op 5 februari 2021 een verblijfsvergunning aan voor medische behandeling in Nederland. Verweerder wees deze aanvraag af op grond van het advies van het Bureau Medische Advisering (BMA), dat stelde dat Nederland niet het meest aangewezen land is voor de noodzakelijke behandeling.
Eiser voerde aan dat hij lijdt aan een ernstige psychotische stoornis, volledig afhankelijk is van mantelzorg door zijn broer en dat de zorg in Marokko ontoereikend en financieel onbetaalbaar is. Verweerder stelde dat het BMA-advies zorgvuldig en concludent was en dat er voldoende professionele zorg in Marokko beschikbaar is, ook al erkent het BMA geen onderzoek naar mantelzorg buiten medische competenties.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht op het BMA-advies mocht vertrouwen en dat eiser onvoldoende bewijs leverde dat de zorg in Marokko ontoereikend of onbereikbaar is. Ook het ontbreken van financiële middelen voor zorg werd onvoldoende onderbouwd. Het verzoek om uitstel van vertrek en het bezwaar tegen het niet horen van eiser werden afgewezen. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning voor medische behandeling is ongegrond verklaard.