ECLI:NL:RVS:2014:4501
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroep vreemdeling tegen afwijzing uitstel uitzetting
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 3 februari 2014 het verzoek van de vreemdeling af om uitzetting achterwege te laten op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Na een bezwaarprocedure handhaafde de staatssecretaris dit besluit. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beoordeelde het hoger beroep. Centraal stond het advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) over de medische situatie van de vreemdeling. De rechtbank had geoordeeld dat het BMA-advies niet inzichtelijk was vanwege een passage over medicatie voor Somalië, maar de Afdeling stelde vast dat deze passage een ten overvloede gegeven advies was en dat het BMA duidelijk had aangegeven dat er geen medische noodsituatie op korte termijn te verwachten was.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Over andere beroepsgronden die de rechtbank had behandeld, werd in hoger beroep niet meer beslist. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het afwijzingsbesluit wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.