ECLI:NL:RBDHA:2024:8673
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag met oplegging dwangsom
Eiser diende op 26 september 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Staatssecretaris verlengde de beslistermijn met negen maanden tot 25 december 2023. Nadat geen besluit werd genomen, stelde eiser de Staatssecretaris op 3 januari 2024 in gebreke en diende op 19 januari 2024 beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank stelde vast dat de wettelijke beslistermijn inmiddels was verstreken en de ingebrekestelling rechtsgeldig was. Verweerder had geen verweerschrift ingediend en partijen wensten geen zitting. De rechtbank oordeelde dat het beroep gegrond is en dat de Staatssecretaris binnen acht weken na bekendmaking van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen.
De rechtbank legde een rechterlijke dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 voor iedere dag dat de beslissing uitblijft. Tevens werd de Staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €437,50. De uitspraak volgt op recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak over de toepasselijkheid van dwangsommen in asielprocedures.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de Staatssecretaris wordt opgedragen binnen acht weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom.