ECLI:NL:RBDHA:2024:8643
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Intrekking besluit tijdelijke bescherming en veroordeling proceskosten
Verzoeker had beroep ingesteld tegen het besluit van 17 augustus 2023 waarin de tijdelijke bescherming op grond van Richtlijn 2001/55/EG werd beëindigd. Tevens verzocht hij om een voorlopige voorziening om de rechtsgevolgen van dat besluit op te schorten.
Op 26 februari 2024 trok de staatssecretaris het bestreden besluit in, waarna verzoeker zijn verzoek om voorlopige voorziening introk en gelijktijdig proceskostenvergoeding vorderde.
De voorzieningenrechter oordeelde dat door de intrekking van het besluit feitelijk is tegemoetgekomen aan het verzoek om voorlopige voorziening, omdat de rechtsgevolgen van het besluit zijn opgeschort. Daarom veroordeelde de rechter de staatssecretaris in de proceskosten van € 875, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M.L. Weerkamp en griffier N.A. D’Hoore en is definitief, hoger beroep of verzet is uitgesloten.
Uitkomst: De staatssecretaris is veroordeeld in de proceskosten van € 875 na intrekking van het besluit tijdelijke bescherming.