Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 mei 2024 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
de minister van Buitenlandse Zaken, de minister
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag om een visum voor kort verblijf bij familie in Nederland. De minister wees de aanvraag af wegens onvoldoende sociale en economische binding met Marokko, waardoor twijfel bestaat over de tijdige terugkeer.
Eiser stelde dat de hoorplicht was geschonden omdat hij in bezwaar niet is gehoord en dat de minister een onjuist toetsingskader toepaste. De rechtbank oordeelde dat de minister terecht afzag van een hoorzitting omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was en dat eiser voldoende gelegenheid had gehad schriftelijk aanvullende stukken in te dienen.
De rechtbank stelde vast dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een sterke sociale en economische binding met Marokko heeft. De zorg voor zijn bejaarde moeder en het studiestatus werden onvoldoende onderbouwd en het bezit van onroerend goed bood geen garantie voor terugkeer. Ook was er onvoldoende duidelijkheid over de verblijfsduur en het reisdoel.
De minister had een ruime beoordelingsmarge en het beroep werd ongegrond verklaard. De afwijzing van de visumaanvraag blijft daarmee in stand en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.