ECLI:NL:RBDHA:2024:8591
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen overplaatsing van minderjarige naar meerderjarigenopvang
Verzoeker, een asielzoeker met Jemenitische nationaliteit, is aanvankelijk geplaatst in een opvang voor minderjarigen. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) heeft hem op 15 februari 2024 als meerderjarig aangemerkt, waarna hij op 16 mei 2024 is overgeplaatst naar een opvang voor meerderjarigen. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze overplaatsing en vroeg om een voorlopige voorziening om teruggeplaatst te worden naar de minderjarigenopvang.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) als bestuursorgaan bevoegd is en dat het verzoek ontvankelijk is. De rechter stelt vast dat de IND op basis van verschillende documenten en registraties, waaronder een bevestiging van Griekse autoriteiten en een geboorteakte op verzoekers telefoon, terecht heeft geconcludeerd dat verzoeker meerderjarig is. Verweerder heeft bovendien zorgvuldig en multidisciplinair overleg gevoerd over de opvangbehoeften, waarbij rekening is gehouden met verzoekers kwetsbaarheid en opleidingsbehoefte.
Verzoeker heeft niet concreet onderbouwd welke specifieke opvangbehoeften niet worden vervuld in de meerderjarigenopvang. De voorzieningenrechter concludeert dat het bezwaar van verzoeker geen redelijke kans van slagen heeft en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. De uitspraak is gedaan op 24 mei 2024 en bindt de rechtbank niet in een eventueel vervolgproces.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de overplaatsing naar een opvang voor meerderjarigen wordt afgewezen.