ECLI:NL:RBDHA:2024:8374
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na verlening verblijfsvergunning asiel
Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 2 oktober 2022. Verweerder besloot op 19 februari 2024 alsnog de aanvraag in te willigen en verleende een verblijfsvergunning met terugwerkende kracht tot 2 oktober 2022, geldig tot 2 oktober 2027. Hierdoor was het primaire doel van het beroep bereikt, waardoor het procesbelang voor het beroep tegen het niet tijdig beslissen kwam te vervallen.
Eiser handhaafde het beroep vanwege het ontbreken van een dwangsom en proceskostenvergoeding in het besluit. De rechtbank oordeelde dat de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND uitsluit dat dwangsommen kunnen worden opgelegd bij asielaanvragen en dat de Afdeling bestuursrechtspraak dit heeft bevestigd. Hierdoor kon eiser met zijn beroep geen dwangsom afdwingen, waardoor ook voor dat onderdeel het procesbelang ontbrak.
Verder stelde de rechtbank dat het enkel vragen om een proceskostenveroordeling geen procesbelang oplevert als het geschil verder is opgelost. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Wel werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 437,50, vanwege de beroepsmatige rechtsbijstand bij het indienen van het beroepschrift.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang, maar verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 437,50.