ECLI:NL:RBDHA:2024:8265
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en medische omstandigheden
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van haar aanvraag. De rechtbank heeft het beroep op 7 mei 2024 behandeld en beoordeelt of het besluit rechtmatig is.
De rechtbank overweegt dat Nederland een verzoek tot overname aan Duitsland heeft gedaan en dat Duitsland dit verzoek heeft aanvaard. Eiseres stelde dat zij ten onrechte geen bedenktijd heeft gekregen als slachtoffer van mensenhandel en dat de overdracht naar Duitsland haar medische situatie en kwetsbaarheid onvoldoende in acht neemt. De rechtbank verwijst naar jurisprudentie waarin is bepaald dat voorbereidende maatregelen tijdens de bedenktijd zijn toegestaan mits het nuttig effect daarvan niet wordt aangetast.
De rechtbank concludeert dat het nuttig effect van de bedenktijd niet is ontnomen en dat de staatssecretaris niet verplicht was om een aangifte van mensenhandel te faciliteren binnen de Dublinprocedure. Ook is niet gebleken dat bijzondere medische omstandigheden of kwetsbaarheid een terughoudendheid bij overdracht naar Duitsland rechtvaardigen. De discretionaire bevoegdheid van artikel 17 van Pro de Dublinverordening is naar het oordeel van de rechtbank niet zodanig ingevuld dat Nederland de aanvraag aan zich had moeten houden.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af. Er is geen sprake van motiveringsgebrek of onrechtmatigheid in het besluit van de staatssecretaris.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van haar asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.