ECLI:NL:RBDHA:2024:8259
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid van individuele risico’s in Libië
Eiser, een Libische nationaliteit, diende op 25 november 2022 een asielaanvraag in Nederland in, nadat hij in Libië bedreigd was vanwege een erfenisconflict met een derde, [Naam 2]. Hij vreesde ook voor zijn veiligheid vanwege vermeende banden van deze derde met milities. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, onder meer omdat eiser zich niet direct na binnenkomst in Nederland had gemeld en onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij een reëel risico liep op ernstige schade of willekeurig geweld in Libië.
De rechtbank oordeelde dat eiser wel geloofwaardig was in zijn detentie in 2018 en problemen met de erfenis, maar niet in zijn stelling dat [Naam 2] lid is van een militie. De tegenstrijdigheden in zijn verklaringen en het ontbreken van voldoende bewijs, zoals onduidelijke Facebookaccounts, ondermijnden zijn geloofwaardigheid. Tevens werd geoordeeld dat Libië geen 15c-situatie kent, waarbij willekeurig geweld dermate wijdverspreid is dat iedere aanwezige een reëel risico loopt.
Eiser kon niet aantonen dat hij individueel een reëel risico liep op willekeurig geweld of ernstige schade. Zijn vrees werd verder afgezwakt door het feit dat hij vier jaar zonder problemen in Libië had verbleven na het incident en niet direct vertrok toen hij kon. Ook werd het niet tijdig melden van zijn asielverzoek hem tegengeworpen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de aanvraag blijft afgewezen.