ECLI:NL:RBDHA:2024:8145
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep asielaanvraag
Verzoeker diende op 17 februari 2023 een asielaanvraag in. De staatssecretaris moest volgens de Vreemdelingenwet binnen zes maanden beslissen, maar verlengde deze termijn rechtsgeldig met negen maanden vanwege een groot aantal aanvragen. Verzoeker stelde op 9 december 2023 beroep in wegens niet tijdig beslissen, maar de staatssecretaris nam op 3 mei 2024 een inwilligend besluit. Verzoeker trok daarop het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De rechtbank oordeelde dat de verlenging van de beslistermijn rechtsgeldig was en dat de ingebrekestelling van 14 november 2023 prematuur was, waardoor het beroep niet-ontvankelijk was. Omdat er geen sprake was van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen aan verzoeker, wees de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding af als kennelijk ongegrond.
De uitspraak werd gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro en is openbaar gemaakt. Verzoeker kan binnen zes weken een verzetschrift indienen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek tot proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het beroep niet-ontvankelijk was wegens een rechtsgeldige verlenging van de beslistermijn.