ECLI:NL:RBDHA:2024:8110

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 mei 2024
Publicatiedatum
28 mei 2024
Zaaknummer
NL 23 26457
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbRichtlijn 2001/55/EGBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen intrekking tijdelijke bescherming niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang

Eiseres had beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin haar tijdelijke bescherming op grond van Richtlijn 2001/55/EG werd beëindigd. Nadat verweerder het bestreden besluit op 22 februari 2024 had ingetrokken, vroeg de rechtbank aan eiseres of zij het beroep wilde handhaven. Eiseres reageerde niet, waardoor de rechtbank concludeerde dat zij geen belang meer had bij voortzetting van het beroep.

De rechtbank besloot het beroep kennelijk niet-ontvankelijk te verklaren wegens gebrek aan procesbelang. Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk werd behandeld omdat de intrekking van het besluit het geschil feitelijk had opgelost. Wel werd vastgesteld dat het beroep op het moment van indiening terecht was, zoals bevestigd door een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Daarom werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die eiseres had gemaakt voor de beroepsprocedure. De kosten werden vastgesteld op €875, gebaseerd op een standaardpunt voor het indienen van het beroepschrift volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan door rechter M.L. Weerkamp en griffier A.S. Hamans en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van €875 aan proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.26457

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiseres

V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. J.M. Bell),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Inleiding

In het besluit van 30 augustus 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiseres meegedeeld dat haar tijdelijke bescherming zoals bedoeld in de Richtlijn 2001/55/EG eindigt.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Bij brief van 22 februari 2024 heeft verweerder meegedeeld dat hij het bestreden besluit heeft ingetrokken.
De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Beoordeling door de rechtbank

1. Er kan op een beroep worden beslist zonder een zitting te houden als sprake is van een kennelijke uitkomst. Dat betekent dat de uitkomst op voorhand buiten redelijke twijfel staat. Dit staat in artikel 8:54, eerste lid, van de Awb. Deze situatie doet zich hier voor gelet op het volgende.
2. Op 22 februari 2024 heeft de rechtbank aan eiseres gevraagd om aan te geven of zij haar beroep nog wil handhaven gelet op de intrekking van het bestreden besluit. Eiseres heeft hierop niet gereageerd. De rechtbank stelt vast dat eiseres geen belang meer heeft bij het voortzetten van dit beroep tegen het ingetrokken besluit. [1]
3. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.
4. Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 17 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:32, volgt dat het beroep op het moment van instellen terecht was. Daarom veroordeelt de rechtbank verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875 bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1 (gemiddeld).

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
  • veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten ter hoogte van
€ 875 (achthonderdvijfenzeventig euro).
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Zie de uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats van 16 april 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:5415.