ECLI:NL:RBDHA:2024:8077
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen voortduring maatregel van bewaring ex artikel 59 Vreemdelingenwet
De staatssecretaris heeft op 25 februari 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank had eerder de rechtmatigheid van de bewaring tot 12 april 2024 beoordeeld en richt zich in deze zaak op de periode daarna.
De maatregel van bewaring is op 6 mei 2024 opgeheven, waarna eiser direct in strafrechtelijke detentie werd geplaatst vanwege een openstaande strafzaak. Eiser stelde dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend had gehandeld en dat de belangenafweging al op 16 april 2024 in zijn voordeel had moeten uitvallen. De rechtbank oordeelt echter dat de staatssecretaris terecht een termijn heeft aangehouden om te wachten op een reactie van de Marokkaanse autoriteiten op een rappel van 16 april 2024.
De rechtbank stelt dat er geen aanwijzingen zijn dat zicht op uitzetting naar Marokko ontbrak en dat de staatssecretaris terecht geen lichter middel dan bewaring heeft toegepast, mede omdat eiser niet vrijwillig zou terugkeren. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.