ECLI:NL:RBDHA:2024:8073
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling staatssecretaris in proceskosten na intrekking voorlopige voorziening tijdelijke bescherming
Verzoeker had beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris waarbij zijn tijdelijke bescherming werd beëindigd. Tevens verzocht hij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om onevenredig nadeel te voorkomen.
Nadat de staatssecretaris het bestreden besluit introk en de tijdelijke bescherming voor verzoeker verlengde, trok verzoeker zijn verzoek om een voorlopige voorziening in en vorderde proceskostenvergoeding.
De voorzieningenrechter oordeelde dat door de intrekking en het verlengen van de tijdelijke bescherming de rechtsgevolgen van het bestreden besluit feitelijk waren opgeschort, waarmee aan het verzoek was tegemoetgekomen. Daarom veroordeelde de voorzieningenrechter de staatssecretaris in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 875.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M.L. Weerkamp en is onherroepelijk, aangezien hoger beroep of verzet niet openstaat volgens artikel 8:75a Awb.
Uitkomst: De staatssecretaris is veroordeeld tot betaling van € 875 aan proceskosten na intrekking van het verzoek om voorlopige voorziening wegens tegemoetkoming.